| Deel 3: Het zuiden. Zondag 5 oktober verlieten we Fes. De bagage werd uit de medina gesleept, de motoren opgeladen en toen de N8 naar het zuiden. Na een kilometer of 20 zuidwest naar El Hajeb, daar pauze en toen naar Azrou. Daar weer een stukje N8 en toen een mooi klein slingerend weggetje naar het zuid-oosten, naar Itzer. Toen het laatste stukje naar Midelt over de N13. In Midelt streken we neer in het fraaie Asmaa hotel ten oosten van de stad. Onze motoren mochten op de binnenplaats, onze kamer moest het doen met een defecte douche: de motoren waren beter af! | Part 3: South. On sunday october 5 we left Fes. We dragged our luggage from the medina, packed our bikes and rode south on the N8. After about 20 km we went SW to El Hajeb where we had a rest stop, then further to Azrou. Again a bit of N8 and then a nice little sweeping road to the SE, to Itzer. After a last easy part on the N13 we reached Midelt, where we booked rooms in the nice Asmaa hotel east of town. Our bikes were parked on the courtyard, our room's shower didn't work. The bikes were better off! |
![]() |
![]() |
| De volgende ochtend een lekker ontbijt. Het plan voor vandaag was onverhard, dus terug naar Midelt en daar het leuke weggetje op naar het zuiden. Tot een berg met de naam Cirque de Jaffar ging het goed; daar meldde Peter dat z'n motor slecht liep als er rustig bergopwaarts werd gereden. De timing was niet verkeerd: ons voorgenomen pad begon nu steil omhoog te lopen en het was de vraag of onze simpele allroads met passagier en bagage wel naar boven zouden kunnen komen. Terwijl wij zo ongeveer de hele motor van Peter sloopten ging Huyb op verkenning uit. Hij oordeelde dat het voor ons niet te doen was, dus nadat we e.e.a. hadden gecontroleerd aan Peter's motor en alleen aan de bougie wat hadden veranderd vertrokken we bergaf- en noordwaarts. | Next morning: a great breakfast. The idea was taking some unpaved roads today, so we went back to Midelt and then south on a small rocky road. All went well up to a mountain called Cirque du Jaffar; there Peter announced his bike was not running well when going uphill slowly. The timing was OK: the little road now started going steeply uphill, the rocky surface got worse as well. We wondered if we could make it with our low powered dualsports, loaded with 2 people and luggage. So while we took Peter's bike apart Huyb surveyed the road ahead of us and later gave his NO word. After checking Peter's bike, only having adjusted the sparkplug, we went north and downhill again. |
![]() |
![]() |
| Dus, na enige uren waren we weer terug in Midelt. Tijd om te lunchen, het bleef ten slotte vakantie! Midelt weer uit, deze keer via de N13, tot aan Rich. Daar weer een prachtig weggetje naar het westen (R706). Ik had gedacht dat aan deze weg veel hotelletjes lagen, maar dat bleek niet het geval. Achteraf bleek dat waar wij die ochtend met pech waren gestopt we hadden moeten doorrijden, dán kwamen die hotels. Ondertussen begon het flink te regenen, we stopten om te schuilen in een vervallen geitenhok. Omdat het donker was geworden besloten we toch maar te vertrekken, de motoren stonden inmiddels in een flinke plas. Huyb is nachtblind, dus met Symon als voorrijder en Peter en ik als verlichtende achterrijders ging het langzaam door het natte duister. Plotseling ontstane bergstroompjes kruisten de weg en namen lekker wat modder mee, dus de rit werd nog spannend. Aan het einde van de R706 sprong een man op de weg: hij runde een 'hotel-restaurant' en vond dat we toe waren aan wat voedsel en rust. Gelijk had hij. De kamer was op zijn zachtst gezegd primitief, maar onze gastheer had een lekkere tajine voor ons allemaal en warme omslagdekens voor de dames. Prima. | So, after a couple of hours we returned in Midelt. Time for lunch, it was a holiday after all! Leaving Midelt again, this time on the N13, up to Rich. From there a lovely road (R706) west. I had assumed there would be a lot of hotels here, but I was wrong. Should we have continued our way this morning we would have found them, but no hotels near the R706! In the meantime it had started to rain seriously. We took shelter in a shed meant for goats but when the dark set in we decided to carry on. By now our bikes were standing in what looked like a swimming pool. Huyb cannot see a thing in the dark, so Symon led his way and Peter and I followed him to bring some light on his road. New mountain rivers emerged, also flowing on the road and bringing mud with them. Exciting! Near the end of the R706 a guy jumped in front of us: he owned a 'hotel-restaurant' and felt we needed food and shelter. He was right. The rooms turned out to be primitive to say the least, but our host served a fine tajine and arranged warm blankets for the girls. Great. |
![]() |
![]() |
| Dinsdag: vandaag zouden we de Todra kloof rijden. De weg daarheen voerde ons onder meer over de R317 die meer onverhard dan verhard was en na gisteravond op veel plaatsen 'vochtig'. Huyb verslikte zich in een kuil die ons allemaal aan het schrikken had gemaakt. Omdat die verborgen lag onder water kwam ie nogal onverwacht. Huyb viel wat ongelukkig op zijn pols en bleef daar lang last van houden. | Tuesday, we were to ride the Gorge du Todra. The way there led us over the R317 which was mostly unpaved and very wet at places due to the rain last night. Huyb was unlucky enough to ride through a deep underwater hole, fell and hurt his wrist. The pain lasted for quite a few days. We all had encountered this hole but were more fortunate. |

![]() |
![]() |
|
De Todra kloof was prachtig, zeer de moeite waard om te rijden. Goed wegdek, dus je kunt een beetje om je heen kijken. Onderweg stopten we om het restant van de lunch van gisteren op te eten (berber pizza's) en te kijken naar een kudde geiten en schapen die de rivier volgden en overal omhoog klauterden. Ook wij kregen de gelegenheid de Todra te verkennen: op een gegeven moment was de weg verdwenen en kregen we een ouderwetse 'crossing'. Connie en Eugenie kregen een lift van een pickup truck, wij konden lekker stoer doen. Na Tinerhir namen we de N10 naar het oosten en later de R702. Die bracht ons in Erfoud, waar Eugenie Huyb verpleegde in ons hotel: hotel Tafilalet. Beetje vergane glorie maar wel met een zwembad. Woensdag en de pols van Huyb was nog steeds niet in orde. De dames wilden een rustdag en daarom gingen Peter, Symon en ik er alleen op uit om te kijken of de volgende etappe naar Zagora door de woestijn doenlijk zou zijn. Over asfalt reden we naar Taouz en daar zochten we naar het geplande pad. Ongevraagd werden we 'geassisteerd' door jongens op brommers, die zowel hun handelswaar als hun lokale kennis probeerden te verkopen. Ze volgden ons hardnekkig en waren verheugd toen we strandden bij een rivier. Wij ook, we vonden het wel grappig, al kostte het heel wat moeite de Transalp lost te krijgen bij meer dan 40 graden. We vervolgden onze weg en bereikten na enige tijd (en nog 1x vastzitten voor mij) een geschikte oversteekplaats. De brommerboys waren we ook gelijk kwijt. Er volgde een leuke speurtocht over eindeloze stenige vlaktes, waar we steeds van de schaarse begroeing gebruik maakten om wat te drinken. We werden nog enige tijd gevolgd door 5 4x4's en 80 kilometer later bereikten we Rissani weer en reden verhard terug naar het hotel. Niet alleen mijn motor en kleding zaten onder de opgedroogde rivierklei maar spoedig ook de hotelkamer. |
The ride through the Gorge du Todra was beautiful, not to be missed. Pavement was OK so you could have a look around. We had a stop to eat the remainder of yesterdays lunch (berber pizzas) and to watch a herd of goats and sheep following the river and doing some serious rock climbing. We got our chance to explore the river some time later. The road disappeared and we were able to do a nice river crossing. Eugenie and Connie got a ride in a pickup truck, we got the chance to show off. After we got to Tinerhir we took the N10 east and later the R702 which led to Erfoud. Eugenie took care of Huyb at our hotel: hotel Tafilalet. A first class hotel that turned a bit shabby, but with a swimming pool. Wednesday and Huyb's wrist still wasn't OK. The ladies wanted a day of leasure and so Peter, Symon and myself set out to verify that the next stage of our trip to Zagora through the desert was possible. On turmac to Taouz where we started looking for the desired trail. Unwillingly we were 'assisted' by some guys on mopeds who tried to sell us their goods including their local knowledge. They followed us everywhere and were quite amused when we got stuck near a river. We were amused too even though it was a tough job getting the Transalp going again in 40+ degrees. We carried on, I got stuck one more time, and finally we crossed the river and lost the moped gang. A 80 km ride on wide open rock covered plains followed. We took every opportunity (a lonely tree was enough) to drink and after a few hours we reached Rissani and returned to the hotel in Erfoud. The clay from the river gave a nice touch on the hotel room floor. |
![]() |
![]() |
| Donderdag, tijd om Erfoud te verlaten en naar Zagora te gaan. Richting Rissani, en van daar de N12 en R108. Het regende stevig. Pas na Tazzarine klaarde het op. Het plan was van hieruit naar het zuiden te rijden, wat we ook deden tot we een Goldwingrijder uit de andere richting zagen komen. Deze verklaarde dat de weg een eindje verder ophield en dat we niet verder zouden kunnen. Onzin natuurlijk, behalve voor Huyb die nog steeds veel last van zijn pols had. Huyb, Eugenie en ik keerden daarom om om verhard naar Zagora te gaan. De anderen gingen verder en raakten verzeild in een heuse zandstorm! Wij hielden een stop in Nekob waar we ook tankten en spraken met een groepje engelse motorrijders die we al waren tegengekomen in de Todra vallei. Zelfs de verharde route naar Zagora was leuk, hoewel natuurlijk niet spannend. In Zagora wachtten we op een terras op Peter, Connie en Symon, waarmee we later op hoteljacht gingen. Tijdens die jacht troffen we Younes, een knul die een redelijk hotel wist. Vóór dat hotel namen jongens foto's van elkaar op onze motoren, grappig. De motoren mochten 's nachts in het hotel worden geparkeerd. Na het avondeten vernielde Huyb nog een fraai fontein, maar verder gebeurde er niets bijzonders. | Thursday, time to leave Erfoud and get to Zagora. First Rissani then the N12 and R108. Unfortunately we suffered a bit from the rain. After Tazzarine the sky opened up and we started heading south. We kept on doing this until we met a Goldwing rider coming from the opposite direction who told us the road ended a few miles further and riding on was impossible. Bollocks of course, but for Huyb it was true: his wrist still hurt a lot. Eugenie and I returned with Huyb to Tazzarine to ride turmac, the rest just carried on. Unlike us they ran into a sandstorm, got low on fuel and had an exciting ride. We stopped for drinks and gasoline in Nekob where we also had a chat with some english riders that we met in the Todra valley. Even the paved road to Zagora was nice, though not exciting. In Zagora we had some teas waiting for the rest to come and then started hotel hunting. While doing this we met Younes who knew of a reasonbly priced hotel. In front of the hotel some kids took pictures of each other on our Honda's, funny. The bikes were allowed in the lobby that evening, we went looking for a dinner and Huyb demolished a fountain, that was about all for this day. |

| De volgende morgen, ontbijt bij het zwembad. Onze Younes kwam al snel opdagen en zijn doel was ons een woestijnrit te verkopen. Dat waren wij ook al van plan, en na enig onderhandelen over de prijs werd een deal gesloten. Voor 615 dirham p.p een 4x4 rit door de woestijn, een overnachting in een bedouinentent, lunch en avondeten. Én een rit op een dromedaris voor de liefhebbers. Symon wilde eigenlijk met de motor maar dat werd hem sterk afgeraden. We reden eerst tot bij Mhamid, en toen de steenvlaktes van de Sahara op. Flinke bobbels, voor degenen die helemaal achterin zaten geen pretje. Bij een bedouinentent stopten we voor een warme lunch en een kamelenritje. Je bent toerist of niet... Na enige tijd vervolgden we onze weg. Bij een bron werd gestopt om een ezelmoeder en haar 2 kinderen te voorzien van water. De meeste mensen in Marokko zorgen opvallend goed voor hun dieren. We kwamen net iets te laat voor een mooie zonsondergangsfoto op de plek van bestemming, maar in ieder geval konden we nu een stukje zandduinen beklimmen. Buiten werden kleden en kussens neergelegd. We hadden zelf bier en whiskey meegenomen en dat werd genuttigd bij een kampvuurtje. Het eten was heerlijk en er was: entertainment! Onze chauffeur en Younes zongen een aantal woestijnliederen en een duits stel een duits volksliedje. Ik en Eugenie brachten nummers van Pater Moeskroen ten gehore, dus het feest was compleet. De slaapgelegenheid was prima in orde en er was geen moskee die ons 's morgens wekte! | Next morning, breakfast at the pool. Younes showed up again, his purpose: selling us a desert trip. We had already planned that, so after some negotiations a deal was made. 615 dirham per person for a desertride in a 4x4, hot lunch, dinner and bed. And for those that really wanted to be tourists: a camelback ride. Symon preferred to ride his bike in the desert, but was strongly advised not to do so. Shortly before Mhamid we entered the rocky plains of the Sahara. Lots of bumps, quite unpleasant for those in the backseats. At a bedouin camp we stopped for lunch and a camel ride, we were tourists after all... After a while we continued our trip, stopping at a well to supply water for a mother donkey and her 2 kids. Moroccans usually take good care of their animals. We arrived a bit late at the campsite, unable to make nice pictures of the sunset over the dunes. We did however climb some of them. Pillows and carpets were set up in the open to be used as dinnertable. We had brought our own beers and whiskey which we drank sitting around a small campfire. The food was delicious and there was: entertainment! Our driver and Younes sang some desertsongs, a german couple sang a german traditional and we tried a dutch song, so the party was truly a success. Our accomodation for the night was fine and as there were no mosks in sight we weren't disturbed in our sleeps. |
![]() |
![]() |
| Het ontbijt de andere ochtend was ook weer prima verzorgd. Eugenie probeerde nog wat zonsopgangsfoto's te maken in alle vroegte maar dat werd geen echt succes. De auto weer in. Hobbelen over grintvlaktes en een korte stop bij de enige oase in de buurt. Daarna verder, eindelijk door diep zand. Bij Mhamid weer het asfalt op en terug naar het noorden. Een stop bij een bevriende sieradenwinkelier mocht natuurlijk niet ontbreken! Terug in Zagora laadden we de motoren weer op en gingen lunchen met gebraden kip. 's Middags volgden we de N9 naar het noorden. Het wegdek was goed en de talrijke bochten maakten de rit plezierig (voor mij, Eugenie dacht er anders over). In Ouarzazate gingen we op zoek naar banden voor Symon en Peter, tevergeefs. Een goedkoop hotel (10 euro) gevonden, douchen en de mini kashba in om slippers voor Connie te kopen. | Breakfast next morning was fine as well. Eugenie tried to get some good pictures of the rising sun but wasn't satified. Back into the car, back to the bumps of the rocky plains. We stopped at an oasis which we had seen from a distance the previous day. Onwards, fortunately now through deep sand. At Mhamid we reached the turmac again and headed north. A stop at a relative's jewelers shop was next on the program... Back in Zagora we loaded the bikes, had a fried chicken lunch and then were on our way again on the N9. The ride to Ouarzazate was pleasant (for me, not the wife!) because the surface was good and the bends numerous. In Ouarzazate we went tyre hunting for Peter and Symon, without success. We found a cheap hotel (10 euro), had a shower and went into the kashba to find sandals for Connie. |
![]() |
![]() |
|
Veel verkeer en bedelaars de volgende ochtend tijdens het ontbijt. Ouarzazate heeft niet veel te bieden, ik was blij dat we wegreden. Naar het noordoosten nu over de N9. Na zo'n 25km kun je rechtsaf om via een onverharde weg naar de voet van de Tichka pas te rijden. Dat deden we en het was een succes: mooie weg (grote losse stenen, puin), mooie uitzichten op de diep gelegen Assif Mellah rivier en lekker moeilijk af en toe. In Achaoute dronken we een colaatje in een soort binnentuin, en kort nadat we de tocht vervolgden moesten de dames afstappen omdat het rijden wel erg lastig werd. Echt steil, met grote stenen en veel gaten in het pad en lekker hoog. Ik verkende het laatste stukje en op de top bevonden zich... verkopers van snuisterijen! Eén van hen stond erop met mij naar beneden te wandelen om de dames omhoog te helpen en hun helmen te dragen. Uiteraard moesten we daar later voor boeten: we konden niet anders dan bij hem wat spullen kopen. De weg zou verder 'goed' zijn volgens de verkopers, maar dat bleek betrekkelijk. Hier en daar nog best lastig met zelfs een rivieroversteekje. Ten slotte kwam het asfalt weer. We kwamen daar wat jeeps tegen die dezelfde rit in tegengestelde richting wilden doen. Op hun vraag of dat mogelijk was antwoordde Peter: 'Tuurlijk, wij hebben het met de mótor gedaan'. In een soort berbertent langs de weg aten we nog wat, daarna verder op een mooie slingerende weg. Een kilometer of 30 vóór Marrakech vonden we een hotelletje (Dar Oudar). Er was wel eten maar geen drank dus reed Symon 11km terug naar een hotel wat wel drank verkocht. Ondanks dat het licht regelmatig uitviel hadden we een gezellige avond, met kaarslicht. De volgende dag volgde een korte rit naar Marrakech waarover ik al eerder schreef. |
Lots of traffic and beggars this morning at breakfast. Ouarzazate isn't much of a town so I was glad to leave. To the NW on the N9. After about 18 miles you can turn right to the north, to the base of the Tichka pass, and that's what we did. It was great: nice road (gravel, dirt, big holes and big rocks), great views of the Assif Mellah river deep below and difficult at times. In Achaoute we stopped for cokes in some sort of garden, and shortly after we left we had to ask the ladies to get off the bikes: this was a very steep and very nasty piece of road! I rode to the highest point alone and there were... bijoux salesmen all over the place! One of them insisted walking down with me to the ladies to help them carry gear and helmets. Of course that came at a price: we just had to buy something at his shop. The next part of the road was 'good' according to the salesmen, but they were not completely right. It was a bit hard at places and included a river crossing. In the end came the turmac again. We met guys in jeeps that asked us if the drive was possible at all. Peter told them 'sure, we did it on bikes'. Poor bastards... In a berber tent besides the road we had something to eat, and after that a good sweeping road followed. 20 Miles before Marrakech we stopped at the Dar Oudar hotel. A meal was available but no beer. Symon rode back 7 miles to get what we needed. Despite failing electricity we had a nice candlelight evening. The next day a short ride to Marrakech about which I wrote earlier. |
![]() |
![]() |
| Na ons bezoek aan Marrakech namen we op 15 oktober de P2017 en daarna via een gravelweg de R203 naar het zuiden. We wilden Imlil bezoeken, waar de hoogste berg van Noord Afrika te zien was. Al snel werd het landschap weer mooi en in Imlil bekeken we de besneeuwde top van de Toubkal. Terug naar Asni. Wat volgde was een urenlange tocht over wegen vol haarspeldbochten door de Atlas. Op zo ongeveer het hoogste punt stopten we bij een kleine uitspanning waar we door een oude baas aan lekker eten werden geholpen. De huiskat kroop al snel in de helm van Eugenie, Connie keek vertederd toe. Uiteindelijk belandden we in Taroudant waar we na enig zoekwerk binnen de muren een hotel vonden. De baas haalde zijn auto weg zodat we de motoren pal voor de ingang konden zetten. Na inchecken en verse sinasappelsap op het hotelterras het stadje in. Een mannetje leidde ons naar het centrale plein omdat daar een goed restaurant zou zijn, wij kozen voor een andere waar we ook een biertje konden drinken. | We left Marrakech on tuesday oct.15 and took the P2017 and (via a shortcut on a gravel road) the R203 south. We wanted to visit Imlil where the highest mountain of north Africa can be seen. Soon the landscape became attractive again and in Imlil we watched the snowcovered Toubkal mountain. Back to Asni. For hours we rode the twisty road through the Atlas. At about the highest point there we found a small restaurant in a cabin where an old friendly guy supplied us with food and drinks. The local cat found a comfortable spot in Eugenies helmet; Connie watched the scene mollified. In the end we came to Taroudant. After a search we found a hotel within the city walls, the man in charge removed his SUV in order for us to put the bikes in front of the entrance. After checking in and fresh orange juice we went into town. A man guided us to the square where supposedly a good restaurant was located. There were more than one, and we choose one which served beer. |
![]() |
![]() |
| We verlieten Taroudant de volgende dag over de asfaltweg (N10) maar na een kilometer of 6 verlieten we deze weg. Te vroeg naar later bleek; we hadden een afslag later moeten nemen. Na een km of 15 stopte de verharde weg en volgde 75km warme onverharde steenslagweg. De andere (en volgens de kaart mooiere) weg zou maar zo'n 20km onverhard hebben betekend. Niettemin werd het een mooie rit waarbij we Huyb al snel uit het oog verloren. De Transalp begon een vreemde rammel te vertonen waarvan we de oorzaak niet onmiddelijk konden ontdekken. Na wat aanwijzingen van een eenzame ruiter bereikten we Tafraoute via een gloednieuwe asfaltweg waar Symon en Peter zich lekker uitleefden. We kochten voor wat jongetjes koeken, helaas gold hier nog het recht van de sterksten die er dan ook met de hele buit vandoor gingen. Van Tafraoute gingen we niet direct de R104 op maar via een aanbevolen weg direct zuid. Huyb, die we in het plaatsje Agard hadden teruggevonden raakten we wederom kwijt. Op hem wachtten we een tijdje in Tiznit, en toen hij er eenmaal was raakten we hem wéér kwijt toen hij op een rotonde een politieagent begon te irriteren... Wij gingen door tot Mirleft, een onbeduidend kustplaatsje met een opvallend hotel: een door een fransman tot hotel 'drie kamelen' omgebouwd fort. Niet goedkoop (1000 Dh per kamer), eenvoudige maar mooie kamers en uitstekend eten. | Leaving Taroudant the next day on turmac (N10), again leaving it after 4 miles. A bit too early we found out, we should have taken the next exit. After 10 miles the pavement stopped and 50 miles of unpaved road followed. Should we have taken the next exit instead of this one, the road would have been nicer (according to the map) and with only 12 unpaved miles. Nevertheless it was a fine ride on which we soon lost sight of Huyb. My Transalp started to develop weird sounds, we couldn't find the cause. A local guy on a horse indicated that we were on the right way to Tafraoute, so we carried on. Shortly before Tafraoute the road changed to fine new turmac, Peter and Symon took advantage of that riding good speeds. In Tafraoute we stopped for drinks and bought cakes for some kids. The survival of the fittest slogan still lives here: the strongest boys ran away with the goods... After Tafraoute we didn't immediately take the R104 but went straight south, advised by a local from Agard (where we had found Huyb having dinner). We lost Huyb again soon and waited for him in Tiznit, loosing him again when he succesfully annoyed a police officer on a roundabout. We carried on to Mirleft, a simple coastal village with a less simple hotel: a fortress bought by a french guy and transformed to the '3 camels'. Not cheap (1000 Dh / room), simple but nice rooms and great food. |
![]() |
![]() |
|
Direkt na het ontbijt op donderdag gingen Peter en Symon erop uit om de voetsteun van Connie te laten repareren. De rest bleef lekker op het zonnige terras aan de ontbijttafel zitten. Toen de voetsteun gemaakt was vertrokken we voor een tocht noordwaarts langs de kust. Behalve Huyb die een extra dag comfort wilde. Uiteindelijk belandden we weer op de N1 die ons naar Agadir voerde. We hielden een lunchstop, maar de stad was verder onaantrekkelijk. Torremolinos zullen we maar zeggen. Hotels blokkeerden het uitzicht op zee. Langs de kust verder, na Tamri zelfs nog een stukje onverhard maar daar hadden we snel genoeg van. Nog een paar mooie weggetjes en toen aankomst in Essaouira. Inmiddels was het donker en na enig heen- en weergepraat ging Symon met iemand door de poort van de stad om een hotel te vinden. Dat gevonden (800 Dh) werden de motoren in een soort parkeergarage gezet, we douchten, regelden dat onze kleding gewassen werd en aten in een luxe restaurant. Jammer van de afrikaanse muzikanten die tot vervelens toe hun deuntje herhaalden. Vrijdag de 17e, tijd om van Symon afscheid te nemen. Hij was helemaal klaar om 3600 km naar huis te rijden. Wij bleven voor een rustdag in Essaouira. Eugenie en ik maakten een strandwandeling, aten een ijsje, bezochten de vissershaven en bekeken de oude verdedigingswerken. In de medina kochten we nog wat souvenirs en daarna zaten we met Peter en Connie een paar uur aan de oceaan waar we ook wat aten. Aan het eind van de middag zaten we nog een tijdje op het dak van het hotel te eten, te drinken en te lezen. Huyb arriveerde uit Mirleft en we scoorden samen een pizza en en wijntje in een klein tentje. |
Directly after breakfast the next morning Peter and Symon went into the village to have Connies peg repaired. The rest of us stayed at the breakfast table, enjoying the sun. Once the repair was done we left to follow the coast north. Except for Huyb who wanted to stay a day longer and enjoy some comfort. After a while we landed on the N1 which brought us to Agadir. Good for one lunchstop but what a dreadful town. Torremolinos like, hotels blocking the views on the ocean. Further along the coast, after Tamri even a bit unpaved. Somehow we didn't enjoy that much, so we took some lovely roads leading us to Essaouira in the end. It was dark by now, we discussed our situation and Symon went through the town gate with someone to check for hotels. They found one (800 Dh) and the bikes were parked somewhere inside. We had a shower, arranged our clothes to be cleaned and had dinner in a luxurious restaurant. A pity the african musicians repeated their tune over and over again. Friday 17, time to say goodbye to Symon. He really fancied the idea to ride the 3600 km home. We stayed another day to be tourists. Eugenie and I walked on the beach, had an icecream, visited the fishing harbour and the old fortifications. We bought some souvenirs in the medina and then joined Peter and Connie at the ocean side. The end of the afternoon found us at the hotel roof where we did some reading, eating and drinking. Huyb arrived from Mirleft and together we had pizza and wine in a small restaurant. |
![]() |
![]() |
| Zaterdag de 18e, een korte rit vandaag. We namen wederom de kustweg (R301) die zich leende voor ontspannen rijden. Het eerste plan was om in Safi te stoppen, maar de fabrieken aan de rand ervan deden ons anders besluiten. Daarom verder tot El Oualidia. Daar aangekomen bemerkten we dat mijn achterwiellager was overleden. De rare geluiden die ontstaan waren op de keiwegen waren inmiddels opgelost (losgetrilde kuipdelen) maar nu dit weer. We vonden onderdak in kamers bij een tenniscomplexje. De baas van het complex wist wel een goede monteur voor mijn motor, na de lunch reden we daar naar toe. We troffen een onooglijk hok aan, maar wat moet je? Verbazingwekkend genoeg was de motor dezelfde avond om 19.30 klaar, en prima werk geleverd ook! De lagers waren 13 euro, het arbeidsloon mocht ik zelf bepalen! Die avond aten we ook op het tenniscomplex, een matig genoegen. We besloten nog een dagje te blijven om van het strand en het mooie weer te genieten. Huyb vertrok naar nederland die ochtend, en wij luierden de dag door. 's Avonds aten we in het beste restaurant van de streek, Connie had eindelijk haar oesters! | Saturday 18, a short ride today. Again the coastal road (R301) which was very suitable for relaxed touring. The first idea was to sleep in Safi, but the dirty factories at the edge of the town changed our minds. So onward to El Oualidia. On arrival there we noticed my rear wheel bearings were shot. The strange sounds the bike picked up on the rockroads were solved (loose fairing parts) but now this. We found shelter in some rooms at a tennis court. The great man in charge there knew a good mechanic in the village whom we visited after lunch. We found a small dark place but had no other option. Surprisingly the bike was ready at 19.30 the same night and the man had done an excellent job. I payed 13 euros for the parts, I was given the freedom to donate what I thought was reasonable for the labour. That night we ate at the tennis complex. Not very good. It was decided to stay one more day here to enjoy the beach and the sunshine. Huyb left the next morning for holland and we did almost nothing that day. In the evening we went to the best restaurant of the region, Connie finally found her oysters! |

|
Op maandag verlieten wij El Oualidia. Tot El Jadida was de weg nog leuk, daarna tot Casablanca saai. In Casablanca gingen we wederom op zoek naar een achterband voor Peter. We belandden bij een bandenzaak die het kon regelen. Nee, in voorraad was ie niet, maar dat was geen probleem. Misschien moesten wij maar even de stad ingaan? Dat deden we, we dronken ergens wat en zwierven door een buurtje met veel winkeltjes waar ik nieuwe spanbanden scoorde. Aan het eind nog een stop in een chique tearoom waar we chocoladetaart verorberden, en toen terug naar de bandenshop. Daar moesten we nog een flinke tijd wachten, maar toen kwam er toch een achterband: een metzeler sahara voor 200 euro! Het was wel opletten tijdens de montage want de mannen hadden er geen verstand van. Ze wilden hem tubeless monteren, de rijrichting ging bijna verkeerd etc. Eindelijk na 4,5 uur weer op weg. We reden door een leeg gebied waar Peter en Connie ergens een hotel gedacht hadden. Dat vonden we niet, en over duistere wegen reden we naar een hotel dat in mijn gps stond: het Kashba hotel aan de oceaan. Was fraai, duur en had lekker eten. Het enige minpuntje was het bruine water dat uit de douche kwam.
De volgende dag, na een prima ontbijt, gingen we op weg richting Volubilis, iets ten noorden van Meknes. Een aardige tocht, soms door fraai gekleurde bergjes. In Meknes was het even zoeken naar de N13, maar al vroeg in de middag kwamen we toch aan in een dorpje ten noorden van Moulay Idriss en ten oosten van Volubilis. We merkten bij een café een 'chambres d'hotes' op en er werd ons verteld dat de broer van de cafebaas een klein hotelletje boven in het dorp had. Dat leek Eugenie en mij wel wat, Peter en Connie kozen voor het luxe hotel Volubilis. Wij werden naar een idyllisch plekje geleid. Het paadje was steil en rotsig, maar ik kon het grootste deel met de motor doen. Uiteindelijk parkeerde ik voor het huis van de ouders van de broers en wandelde het laatste stukje. Eenvoudige maar schone kamers, WC met doorspoelemmer en uitmondend in een cactustuin. Dit bleek de laatste dag met stabiel mooi weer te zijn geweest. |
On monday we left El Oualidia. Up until El Jadida the road was nice, then dull to Casablanca. In Casablanca we started reartyre hunting for Peter. We found a tyreshop where they could help him, but they didn't have the required tyresize in storage. No problem, they suggested we'd go into town and return after a few hours. That we did, we had drinks and then dived into the many small streets with their many small shops. We topped it off in a posh tearoom with delicious chocolate cakes. Back to the tyreshop. Again we had to wait a while, but finally the 200 euro rear tyre (Metzeler Sahara) arrived. We had to watch the mechanics closely as they didn't know much about motorcycles and their tyres. They thought tubeless meant "don't use a tube" and the arrow on the tyre made no sense to them at all. After 4,5 hours of tyreshop waiting we were on our way again. We rode through empty territory where Peter and Connie knew of a good hotel. We didn't find it so we rode on in the darkness. My gps knew of a hotel 'Kashba' at the oceanside. That's where we finally ended. Very nice hotel, expensive but with good food. The only problem was the brown water coming out of the shower. Hotel Kashba also served a great breakfast which we enjoyed before leaving for Volubilis, north of Meknes. A short but nice ride, sometimes through colorful little mountains. We had some difficulties locating the N13 in Meknes, but even so we arrived in a village east of Volubilis in the early afternoon. We noticed a sign 'chambres d'hotes' at a café and were told the owner and his brother ran a small hotel up in the village. That suited Eugenie and me, Peter and Connie opted for the luxurious hotel Volubilis. We were guided to an idyllic spot. The path to it was steep and rocky but I almost made it there by bike. I parked it nearby, at the gate of the parental house and walked the last bit. Simple but clean rooms, a toilet to be flushed by bucket and a sewer ending in the cactus garden. The man from the café offered to be our guide at Volubilis and he indeed knew quite some details about it. Volubilis was a rather large Roman town and is being rediscovered since the sixties. Back in the village café we had mintteas and were offered Morrocon chocolate. This turned out to be kif/hasjiesj. It was 40 years ago since I 'smoked' for the last time, but being in Morroco I decided to give it a try. It tasted good, but a few minutes after finishing the joint I felt like having had 8 pints in 10 minutes: I got real sick. I wasn't able to walk to the hotel anymore, so I left the bike at the café and was transported via a detour to a spot high in the village. One hour later Eugenie ordered me to get out of bed and sit with her as the guide was becoming too friendly. I had to watch her eating a delicious tajine... It turned out this had been the last day with stable good weather. |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |